Volgens het decreet van 7 mei 2004 moet ieder RESOC een streekpact opstellen of bijsturen en de uitvoering ervan opvolgen.
Dit streekpact bestaat uit:
- een probleemanalyse op het vlak van de sociaal-economische ontwikkeling van de regio met een bijzondere aandacht voor de kansengroepen op de arbeidsmarkt;
- een lange termijnstrategie inzake de sociaal-economische ontwikkeling van de regio;
- concrete verbintenissen van de leden over de uitvoering van de strategieën;
- afspraken inzake de opvolgingscriteria.
RESOC Leuven en RESOC Halle-Vilvoorde kozen voor de methode van strategische planning om te komen tot een geïntegreerde streekvisie, die van onderuit is opgebouwd en waarin de rol en de opdracht van alle partners wordt erkend en gewaardeerd, en die in de beleidsuitvoering en de projectwerking een voldoende maatschappelijk draagvlak nastreeft.
De RESOC’s hebben bij de opmaak in belangrijke mate rekening gehouden met de werkzaamheden en knowhow van de verschillende betrokken besturen, instellingen en organisaties. Er werd bijvoorbeeld heel wat informatie geput uit bestaande structuur- of beleidsplannen, uit bestaande databanken van de provincie, VDAB, POM Vlaams-Brabant, enzovoort.
Het streekpact 2007-2012
Begin 2006 werd een eerste versie van de streekpacten aan de colleges van burgemeester en schepenen toegestuurd met de vraag de teksten ter bespreking en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad. De gemeentebesturen konden ook eventuele opmerkingen of aanvullingen overmaken, ter voorbereiding van een bijsturing van het streekpact voor de volgende legislatuur.
Hoewel het grootste deel van de steden en gemeenten dit streekpact principieel goedkeurden, kwamen er verschillende opmerkingen. Ten eerste werden niet alle thema’s op eenzelfde manier behandeld. Ten tweede werd er wel melding gemaakt van de sociaal-economische heterogeniteit van de regio, maar werden er verder geen gebiedsspecifieke doelstellingen geformuleerd. Hierdoor voelden een aantal gemeenten zich weinig betrokken bij de inhoud van het pact. Ten slotte miste het pact concrete engagementen van de verschillende partners.
In 2007 werden dan de eigenlijke streekpacten gelanceerd en ter goedkeuring voorgelegd aan de nieuw samengestelde gemeenteraden en provincieraad.
In deel I trachtten wij de belangrijkste horizontale thema’s voor de regio uit te diepen. Per thema maakten we een situatieschets om de belangrijke tendensen te beschrijven en de belangrijkste aandachtspunten naar voor schuiven. Voor de situatieschets werden telkens de meest recente beschikbare statistieken gebruikt. Als besluit van elk hoofdstuk werd telkens een engagementsverklaring van de RESOC-partners geformuleerd. Deze vormen het uitgangspunt voor het sociaal- economisch streekbeleid en de toekomstige adviezen naar de Vlaamse Overheid.
In deel II van het document namen we de gebiedsspecifieke uitdagingen op waar de subregio’s vandaag voor staan. Het gaat dan over de deelgebieden Aarschot-Diest, de regio Tienen, de Dijlevallei en de gemeenten in de driehoek tussen Leuven, Brussel en Mechelen.
Ten slotte werd in Deel III een rollend actieplan 2008-2009 opgenomen. Hierin bundelden we de concrete engagementen die de verschillende RESOC-partners opnemen. Het was de bedoeling dit rollend actieplan regelmatig te hernieuwen en te gebruiken als instrument voor de opvolging en evaluatie van de sociaal-economische streekontwikkeling.
Het streekpact mag niet beschouwd worden als een statisch document. Eerder is het een basis om binnen de verschillende arrondissementen (Leuven en Halle-Vilvoorde) samen met alle partners continu te werken aan de socio-economische visieontwikkeling. De streekpacten dienen als referentiekader bij het sociaal-economisch streekbeleid en vormen de basis voor de adviezen die vanuit de RESOC-vergaderingen worden gegeven aan de Vlaamse Overheid.
De uitvoering van de streekpacten ligt in eerste instantie in de handen van de partners die dit streekpact mee hebben vormgegeven en onderschreven. Het betreft zowel de lokale besturen (de Provincie Vlaams-Brabant en de gemeentebesturen), de werkgevers (VOKA, UNIZO en Boerenbond) als de werknemersorganisaties (ACV, ABVV en ACLVB). In tweede instantie worden vanzelfsprekend alle andere actoren betrokken die relevant zijn in het streekontwikkelingsbeleid (de universiteit, de luchthaven, de bedrijven, IGO Leuven, Interleuven, VDAB, de vzw’s die opleiding en tewerkstelling voor kansengroepen organiseren, POM Vlaams-Brabant, enzovoort).
Streekpact Leuven 2007-2012
Streekpact Halle-Vilvoorde 2007-2012
Actualisatie streekpact 2011
RESOC Leuven en RESOC Halle-Vilvoorde actualiseerden de bestaande en goedgekeurde Streekpacten met als doel de opgenomen voorstellen en beleidsopties scherper te stellen en de nadruk te leggen op welbepaalde maatregelen of dossiers die op korte termijn aandacht vragen van de streek en van de hogere overheden. De uitdagingen situeren zich op het vlak van innovatie en ondernemerschap, ruimtelijk economische omgevingsfactoren, werkgelegenheid. Er zijn bijkomend nog enkele gebiedsgerichte uitdagingen.
Actualisatie Streekpact Leuven
Actualisatie Streekpact Halle-Vilvoorde















